Kunst In Zicht

In vuur en vlam - Adriaen Willemsz

Hier in het hart van de bergen stroomt ijskoud, scherp als bevroren glas dat in splinters uiteen spat, een wilde rivier. Vanaf het zuiden opgestuwd als de regen het massief teistert, zie je de donkere burcht oplichten als de bliksem over het firmament haar scheuren trekt, Thor reist langs de hemen en slaat. Wie daar woonde moest wel overduidelijk over een ijzeren gestel beschikken. Regen in alle vormen en maten, driehonderd dagen lang, de andere dagen sneeuw. Een ijzige wind maakte het vertoeven hier een ware overlevingstocht. Vanuit hun stalen berg, zoals de bewoners het noemden heersten zij al eeuwenlang over de groeves in het land. Arbeiders vanuit alle richtingen van het land kwamen hier voor een luttel loon edele stenen delven. Natuurlijk verdween het meeste van het laatste zowel als van het eerste in de diepe zakken van Roderick XI. De eenogige noemden de bewoners de tiran die vanuit de burcht zijn strooptochten ondernam, achter de hand in zacht gefluister werd hij ook wel stekelkont genoemd, maar liet hem dit niet horen. Roderick dankte deze vriendelijke woorden aan een voorval van tientallen jaren geleden. In jeugdige overmoed en een dronken, kwade bui was hij van een rots gevallen en hierbij midden in een meidoornbosje terecht gekomen. Zijn drinkmakkers hadden hem onder luid gejoel uit zij benarde positie bevrijd, echter zijn rechteroog was het offer dat hij moest achterlaten, nog daargelaten het feit dat hij nog wekenlang niet kon gaan zitten en dus staandebeens of liggend op zijn werkzaamheden moest verrichten. Nooit had Roderick zich afgevraagd hoe het ongeluk nu precies had kunnen gebeuren, was het wel te wijten aan de gebruikelijke mix van